Vlaams loopbaanakkoord: rozengeur en maneschijn?

22/02/2012 Opinie - Nu vakbonden, werkgevers en Vlaamse regering een nieuw loopbaanakkoord sloten, moet er boter bij de vis komen, stelt Caroline Copers op haar nieuwe VRT-blog.


3 krachtlijnen

Eenzijdige en onbillijke verdeling van de verantwoordelijkheden. Dat is steeds onze grootste kritiek geweest op het federale regeerakkoord.

Het zet enkel in op de verantwoordelijkheid van werknemers en werkzoekenden – in het bijzonder van jongeren en ouderen – zonder ook voldoende aandacht te hebben voor de ondersteuning, voor het mogelijk maken van wat we hen vragen, voor het eerlijk verdelen van de inspanningen. Dat en het feit dat er hierover onvoldoende sociaal overleg is geweest.

De scoop was misschien van een andere orde, maar ondertussen werd er de afgelopen maanden in Vlaanderen wel onderhandeld, meer bepaald over het loopbaanakkoord dat de vakbonden en werkgevers in januari 2012 hebben bereikt.

Op 17 februari 2012 werd er vervolgens ook met de Vlaamse regering overeenstemming bereikt. De focus van het akkoord ligt in belangrijke mate op het principe van gedeelde verantwoordelijkheid, op het mogelijk maken en ondersteunen van werknemers en werkzoekenden, opdat hun loopbaanzekerheid in de toekomst erop vooruitgaat.

Daarom wil ik het hier even hebben over de inhoud van het loopbaanakkoord. In een eerste fase ligt de focus op drie krachtlijnen:

1. Ongekwalificifeerde uitstroom

De strijd tegen ongekwalificeerde uitstroom wordt opgevoerd. Niet via blinde verplichtingen, wel via actief begeleiden en ondersteunen.

Samen met Onderwijs moet een sterke preventieve aanpak worden uitgewerkt. Jongeren die toch zonder diploma afstuderen, moeten snel begeleiding krijgen, waarbij hen de kansen geboden worden om alsnog een kwalificatie of een werkervaring te behalen.

Wie langere tijd in uitzendarbeid blijft zitten, moet van de VDAB een traject aangeboden krijgen naar een duurzame job.

De sectoren krijgen middelen ter beschikking om werkplekleren voor jongeren ingang te doen vinden bij de bedrijven. Diversiteitsplannen moeten transparanter worden en meer inzetten op de instroom van ongekwalificeerde jongeren. In het bijzonder in de grootsteden Antwerpen en Gent zal er ingezet worden op extra werkervaringsplaatsen voor jongeren die veraf staan van de arbeidsmarkt.

2. Oudere werknemers

De arbeidsmarktkansen van ouderen moeten verbeteren.

De aangepaste begeleiding naar werk voor ouderen, rekening houdend met hun mogelijkheden en ervaring, wordt uitgebreid.

Tegelijk vragen we ook dat de sectoren investeren in acties om het werk werkbaarder te maken en ook hiervoor worden middelen ter beschikking gesteld. Ter ondersteuning hiervan wordt ook de werkbaarheidsmonitor van de SERV uitgebreid.

De premies die bedrijven krijgen om ouderen aan te werven, worden dan weer slim hervormd, zodat een stuk deadweight kan worden weggewerkt en het aanwerven van werkzoekenden die het minste kansen krijgen (55-plussers en langdurig werkzoekenden) meer gestimuleerd wordt. Streefcijfers op macroniveau voor het aanwerven van ouderen moeten deze ambitie mee ondersteunen.

3. Recht op loopbaanbegeleiding

We kiezen resoluut voor ondersteuning van alle werknemers in het maken van loopbaankeuzes.

Loopbaankeuzes worden in de arbeidsmarkt van morgen des te belangrijker en hebben een grote impact.

Daarom moet het recht op loopbaanbegeleiding, dat reeds bestond maar met in de praktijk slechts een beperkt gefinancierd aanbod, nu een sterke impuls krijgen zodat er een aanloop wordt genomen naar een echte ondersteuning van alle werknemers in hun loopbaankeuzes.

Rozengeur en maneschijn?

Natuurlijk is het niet al goud dat blinkt.

Hoewel het loopbaanakkoord belangrijke oriëntaties op tafel legt, is het werk daarmee nog lang niet gedaan. Dit akkoord past in een breder beleid van plannen die het zijn voorafgegaan: het werkgelegenheids- en investeringsplan (WIP), de competentieagenda, het meerbanenplan, enzovoort.

Zoals steeds hangt alles af van de uitvoering en van hoe de Vlaamse regering hier verder mee aan de slag zal gaan. Ook het budget, zo’n 25 miljoen euro per jaar vanaf 2013, is misschien niet onaanzienlijk, maar nu ook niet wereldschokkend. Tegelijkertijd is de bezorgdheid over de besparingsinspanningen op Vlaams niveau zeer groot: in hoeverre zal men immers niet elders wegsnijden wat hier wordt versterkt? Komt er boter bij de vis?

Een gedeelde verantwoordelijkheid dus, ook van sociale partners en Vlaamse regering om ervoor te zorgen dat dit akkoord geen slag in het water wordt, maar effectief zal leiden tot meer loopbaanzekerheid voor alle werknemers en werkzoekenden.

Het is alvast positief dat zowel de werkgeversorganisaties als de meerderheidspartijen mekaar over de voeten vallen om te benadrukken dat “het sociaal overleg op Vlaams niveau werkt”.

Hopelijk zal men dan ook volop gebruik maken van dat overleg in de verdere concretisering van de plannen én in het verder uittekenen van de nieuwe bevoegdheden die Vlaanderen binnenkort op haar bord krijgt. En dat trouwens graag op alle beleidsdomeinen.

Een kleine tip alvast om mee te beginnen: in de raad van bestuur van de VREG (de Vlaamse energieregulator), die in de toekomst door de staatshervorming aan belang zal winnen, zijn momenteel enkel vertegenwoordigers van de werkgevers opgenomen. Ongetwijfeld een vergetelheid?

* * *

Caroline Copers is algemeen secretaris van het Vlaams ABVV

Lees ook

Andere sites

Zoek op trefwoord

loopbaanakkoord sociaal overleg werkgelegenheidsakkoorden